Vandaag :Jan. 24, 2019

hulp

 

Kankerpatiënten kunnen tijdens en na het ziekteproces alle steun van familie en vrienden gebruiken. Uit onderzoek is gebleken dat de steun die naasten bieden, bijdragen aan de verbetering van de kwaliteit van leven voor patiënten. Soms weet je niet precies wat je moet zeggen of doen om de patiënt te steunen. Wat zeg je tegen een kennis met kanker die je tegenkomt in de supermarkt? Op welke manier zou jij een zieke vriendin laten weten dat je meeleeft? KWF Kankerbestrijding wil met de campagne “Omgaan met kanker” de naasten van patiënten handvaten bieden bij de ondersteuning. 

Bemoedigende woorden

Ken jij iemand die door een moeilijke tijd gaat? Laat weten dat je aan hem of haar denkt. Voor iemand met kanker kan een klein kaartje al een groot gebaar zijn. Kun jij wel wat schrijfhulp gebruiken voor het maken van jouw kaart en vind je het moeilijk om te verwoorden wat je écht wil zeggen?

  • Ik ben geschrokken van het verdrietige nieuws. Weet dat ik met je meeleef.
  • Je bent in mijn gedachten en ik wens je veel sterkte in deze moeilijke periode.
  • Kan ik iets doen om je te helpen? Ik wil graag een keer voor je koken of boodschappen doen.
  • In dit moeilijke gevecht bewonder ik je kracht.
  • Ik stuur je mijn positieve gedachten toe.
  • Ik stuur je een zonnestraal omdat je die in deze moeilijke periode wel kunt gebruiken.
  • Put kracht uit de kleine mooie momenten samen.

Hier volgen enkele tips :

1.Er is geen recept te geven voor de vraag hoe je iemand wel of niet moet aanspreken. Ieder mens is daarin verschillend. Mogelijk kun je aanvoelen waaraan de ander behoefte heeft, omdat je hem/haar al goed kent. Is het lastig in te schatten, en wil je graag weten hoe de ander het liefst wil dat je doet: vráág het hem/haar. Dat is altijd beter dan het antwoord invullen.

2.Blijf contact houden door een kaartje, bloemetje, mailtje, app’je, sms’je of berichtje via bij voorbeeld Facebook te sturen. Daarmee laat je zien dat je de ander niet vergeten bent.

3.Ga je op (zieken)bezoek, maar voel jij je daar heel ongemakkelijk bij, omdat je bang bent het verkeerde te zeggen of omdat je niet weet wát te zeggen, zeg dat gerust: ‘Ik zie je graag, maar ik weet niet wat ik zeggen moet.’ Vaak pakt dit goed uit.

4.Accepteer van jezelf dat je het moeilijk vindt. Hoe je het ook wendt of keert, de ziekte van de ander zorgt ervoor dat je met je eigen sterfelijkheid wordt geconfronteerd. Het is niet raar als jou dat zwaar valt. De meeste Nederlanders vinden het moeilijk daarmee om te gaan.

5.Realiseer je dat een bezoek twee kanten heeft. Jij komt om te horen hoe het met de zieke is, maar de zieke wil vaak ook graag horen hoe het met jou is. Jij brengt de buitenwereld binnen, jij kunt een reden zijn om eindelijk eens niet aan de ziekte te denken of erover te praten.

6.Niet iedereen is een prater. Als dat gedurende het hele leven niet het geval is geweest, zal dat niet 1-2-3 anders worden door een ziekte. Accepteer dat, en dring niet aan. Er kan op andere manieren contact worden gehouden dan via praten. Denk aan praktische zaken als: samen wandelen, boodschappen doen of een pan soep brengen.

Niet doen:

1. Over de buurvrouw of een ver familielid praten die ‘precies hetzelfde heeft gehad als jij’ en ‘heel veel baat heeft gehad aan behandeling X of medicijn Y’. Vaak zijn de situaties niet zo vergelijkbaar als het lijkt.
2. Vooral benadrukken hoe vervelend of pijnlijk het voor jou is, dat de ander ziek is.
3. Advies geven als ‘Blijven vechten hè’ of ‘Positief blijven denken hoor’. Of een constatering doen als: ‘De medische vooruitgang gaat zo snel, ze vinden nog wel een medicijn voor je ziekte.’ Hoe bemoedigend dit ook bedoeld is, niet iedereen heeft behoefte aan dergelijke adviezen.